De tijd in Tanzania:
Het vliegtuig zette de landing in naar Kilimanjaro Airport.
Plotseling trok het vliegtuig weer op en maakte een doorstart.
De lichten op de landingsbaan waren uitgevallen.
Voet aan land zetten in Tanzania was nog niet zo makkelijk in 1993.
Toen we eindelijk landden, stonden onze vrienden ons al op te wachten, ze hadden er twee dagreizen voor over om ons te begroeten.
Na twee dagen in de landrover met chauffeur waren we een eeuw terug in de tijd.
Apart dat een landrover ook als tijdmachine geschikt is.
De chauffeur wenste niet in de aangeboden hut te slapen. Zelfs voor Tanzanianen uit de grote stad was het leven in het binnenland te primitief.
Bij het avondeten zaten de mannen gezamenlijk aan een tafel en de vrouwen genoten samen met de kinderen van een pot ugari.
Het eten voor ons bestond voornamelijk uit rijst met een tomatensausje. Matongo, weer vijftig jaar terug in de tijd.
Het drinkwater kwam uit een stinkende poel.
Het stikte van de vliegen, het vee liep over de erven en in de huisjes.
De kinderen zaten onder de pokken en hadden hongerbuikjes.
Een oude vrouw was doodziek, maar naar de dokter gaan zat er niet in.
Je moest het leven maar nemen zoals dat op je pad kwam, was de algemene overtuiging.
De voedselsituatie was zeer slecht.
Samen met onze vrienden berekenden we dat ze in tijden van honger omgerekend naar nu, ongeveer vijfentwintig eurocent per dag nodig hadden om gezond te eten.
Gezien de schrijnende situatie hebben we ter plaatse besloten om ze voedselhulp te geven.
Dit was de eerste keer na tien jaar hen te kennen.
Voor het eerst waren we heel even miljonairs voor een bedrag van 1 miljoen vierhonderdduizend Tanzaniaanse Shillingen.
We hebben inkopen gedaan in Mwanza, de grote stad en vanaf dat moment werden er bij het avondeten eindelijk vruchten zoals mango en ananas geserveerd.
In enkele dagen tijd waren we vanuit de 19e eeuw het eerste decennium van de twintigste eeuw binnengetrokken en dat alleen door een beetje geld.
Tijdens de trip hebben we kunnen regelen dat zes scholieren in Bupandagila een middelbare schoolopleiding konden volgen.
Op de weg terug namen we drie jongens mee om ze een technische opleiding te laten volgen in Arusha.
De andere drie jongens die ook naar deze technische school gaan reisden met de bus.
Nu terugkijkend vanuit 2008 weten we dat de opleiding van de jongeren en de waterpompen die we geplaatst hebben ook als een tijdmachine hebben gewerkt.
Bijna overal is nu schoon drinkwater, doktersbezoek is normaal geworden, de erfjes zijn schoon, ziektes komen minder voor.
Ze zijn inmiddels in de jaren vijftig van de vorige eeuw aangekomen.
Benieuwd zie ik uit naar de komende tijdmachines van de stichting Vrienden van Bariadi.
Gerrit




